De Halifax van Voorst

Vroeg in de avond van 1 maart 1943 stijgt van verschillende vliegvelden in Engeland een luchtvloot van 302 bommenwerpers op voor een nachtelijke aanval op Berlijn. Het betreft 156 Lancasters, 60 Stirlings en 86 Halifaxes. Het is tot op dat moment in de oorlog de grootste aanval op Berlijn.

Halifax Mk II

Tijdens deze aanval gaan in totaal 17 toestellen verloren, waaronder één Halifax, type Mk II. Het is een toestel van het 51e Squadron van de RAF basis in Snaith. Na een succesvolle missie boven Berlijn wordt de Halifax neergehaald door een Duitse nachtjager. Even na middernacht, op 2 maart 1943, crasht het toestel in een akker bij de Klarenbeekseweg in het dorp Voorst. De zeven bemanningsleden komen bij de crash om het leven. 

Luchtarmada
Voordat de complete vloot van 302 vliegtuigen op 1 maart 1943 vanuit Engeland koers kan zetten naar Duitsland, moet er heel wat gebeuren. Het verzamelen van alle vliegtuigen in de lucht is in die tijd een flinke uitdaging. Eerst moeten alle bommenwerpers van één basis zich verzamelen boven hun eigen verzamelgebied. Dat gebeurt via zogeheten ‘splashers’, radiobakens die overal in Oost Engeland staan opgesteld. Daarna vliegen deze formaties afzonderlijk naar de Noordzee, waar de squadrons tot één grote luchtarmada worden samengevoegd. Een hachelijke onderneming. Zoveel vliegtuigen die tegelijk in het luchtruim manoeuvreren en dat alles in het pikkedonker met vaak slechte weersomstandigheden.  

Alert
Als de hele vloot is samengevoegd, zet deze koers naar het vasteland van Europa. De tocht gaat meestal over water, want dan hebben de Engelse vliegtuigen geen last van het Duitse afweergeschut. Maar ook zonder afweergeschut is de tocht gevaarlijk! Om zo min mogelijk op te vallen, dragen de vliegtuigen namelijk alleen hele zwakke verlichting. De bemanning moet daarom constant alert zijn, zodat de toestellen niet per ongeluk tegen elkaar botsen. De schutters - die naar buiten kunnen kijken - geven de daarom piloot regelmatig aanwijzingen via de intercom, als een ander toestel te dicht in de buurt komt

Vliegroute Berlijn en terug

De ‘Halifax van Voorst’
De ‘Halifax van Voorst’ wordt bestuurd door piloot John Stenhouse. Hij is 21 jaar en komt uit het Engelse Forest Gate. In zijn eentje bestuurt hij dit grote toestel. Afgeladen met bommen en brandstof weegt het zo’n 30 ton. Ook aan boord zijn William Colangelo, Alfred Beauchamp, Ronald Willmott, Cyrill Avery, Amos Howe en John Duncan. William Colangelo is een Canadees, de rest heeft de Engelse nationaliteit.

Nachtjager
Over de tocht van de Halifax naar Berlijn, op die donkere nacht in maart 1943, is niets bekend. Ongetwijfeld beleeft de bemanning enkele spannende uren, manoeuvrerend tussen zoeklichten en afweergeschut. Vooral boven Berlijn zal het hectisch zijn geweest. De Halifax weet echter haar lading af te werpen boven de Duitse hoofdstad en zet weer koers richting het westen. In de buurt van de Nederlandse grens wordt het vliegtuig echter gespot door een Duitse nachtjager, een Messerschmitt ME 110. 

Diogenesbunker

Op de radar
Van vliegveld Twente stijgen in de late avond van 1 maart 1943 een aantal Duitse nachtjagers op. In die periode van de oorlog heeft Duitsland al een redelijk werkend radarsysteem ontwikkeld. Op de Veluwe, waar nu het zweefvliegcentrum Terlet is gevestigd, bevindt zich een groot radarcentrum. Grote radartorens, gebouwd van dennenbomen, kunnen de formaties van bommenwerpers op 200 km afstand detecteren. Deze informatie wordt doorgegeven aan een grote betonnen bunker in Schaarsbergen, die overigens nog steeds bestaat (de Diogenesbunker). In deze bunker worden alle opgevangen gegevens op een grote glasplaat samen gebracht door zogeheten ‘Helferinnen’: Duitse vrouwen die op deze glasplaat vliegtuigjes heen en weer schuiven. Alles bij elkaar werken er honderden mensen bij dit radarstation op de Veluwe. 

Messerschmitt

August Geiger
Eén van de nachtjagers die op 1 maart het luchtruim kiest, is een Messerschmitt ME 110, bestuurd door August Geiger, destijds 23 jaar oud. Aangenomen wordt dat Geiger zijn toestel onder de Halifax weet te manoeuvreren. Destijds een goede tactiek, want een Halifax is aan de onderkant niet bewapend en dus kwetsbaar. De Halifax wordt onder vuur genomen en stortte brandend neer, nabij het dorp Voorst. De bemanning komt hierbij om het leven. August Geiger overleeft de oorlog ook zelf niet. Op 29 september 1943 wordt hij tijdens een luchtgevecht boven het IJsselmeer door een Beaufighter van de RAF neergeschoten. Geiger slaagt er nog wel in om met zijn parachute tijdig zijn toestel te verlaten, maar wordt door zijn parachute onder water getrokken en verdrinkt. Hij heeft tot dan toe 53 luchtgevecht-overwinningen op zijn naam staan. In 1971 wordt zijn toestel uit het IJsselmeer geborgen. Op de kielvlakken van het wrak zijn 53 streepjes te zien; één voor elke overwinning. 

Namenlijst crew Halifax Mk II

Vuurbal
De heer Gerrit Smit, woonachtig aan de Wilhelminaweg 10 te Voorst, is in 1943 bijna 7 jaar oud. Hij herinnert zich de nacht waarin de Halifax crasht nog goed. Hij ziet het brandende toestel vanuit de richting Zutphen, over de kerk aan de Voorsterklei, langs zijn ouderlijk huis in Voorst vliegen. “Het leek wel een vuurbal die uit de hemel neerdaalde” herinnert hij zich.  Zijn vader heeft altijd gezegd dat hij kon horen dat de piloot gas bijgaf om niet te crashen op de woningen aan de Wilheminastraat en Rijksstraatweg. Het toestel stort uiteindelijk neer in een akker aan de Klarenbeekseweg.

Metaal
Het vliegtuigwrak brandt de hele nacht. De volgende ochtend gaat Gerrit met een stel vriendjes naar de crashlocatie. De Klarenbeekseweg is dan inmiddels aan beide zijden met twee Duitse militairen afgezet. Ze moeten daarom een behoorlijke omweg maken om toch zicht te krijgen op de crashlocatie. Hier verstoppen zij zich in de heg van een tuin en zien dat de Duitsers, met behulp van een oude kraan, de restanten van het vliegtuig op vrachtwagens laden en afvoeren. De Duitsers stellen zodoende het waardevolle metaal van het wrak veilig, dat hergebruikt wordt. Zelf vindt Gerrit op de locatie een schaar, waarschijnlijk afkomstig uit een First Aid Kit van de Halifax. 

De oorlogsgraven van de bemanning

Dankbaar
Alle zeven bemanningsleden van de Halifax krijgen een graf op de begraafplaats van het dorp Voorst. Gerrit Smit is de bemanningsleden altijd dankbaar geweest voor het feit dat de piloot op het laatste moment gas bijgaf, waardoor het toestel niet op de huizen in Voorst is gecrasht. Hij heeft de graven van de bemanning daarom altijd verzorgd. 

Restanten van de Halifax in 2017

Wrakstukken
Tijdens de voorbereidingen voor de aanleg van de rondweg rondom Voorst in 2017, worden diverse vliegtuigonderdelen gelokaliseerd, afkomstig van het wrak van de Halifax. Op 17 november 2017 zijn deze onderdelen geborgen. Er zijn geen herkenbare onderdelen meer gevonden. Op de locatie werden ook geen explosieven aangetroffen.

Herdenkingssteen
De bemanningsleden van de Halifax streden voor onze vrijheid. Zij moesten dat bekopen met hun leven. Om hen in herinnering te houden, is op 2 maart 2019 een herdenkingssteen met hun namen onthuld door de burgemeester van de gemeente Voorst Jos Penninx en Gerrit Smit. Beide hielden een toespraak. Op de locatie waar in 1943 ‘de Halifax van Voorst’ neerkwam zijn tevens zeven bomen gepland, als symbool voor de zeven omgekomen bemanningsleden.  

 

 

Stuur door

Stuur dit artikel door

stuurartikeldoor

Data