Wat is de Enkelgrafcultuur?

Een vreemde naam voor een bijzondere cultuur

Van de volkeren die in de Prehistorie leefden, kennen we de namen niet – die zijn immers nergens opgeschreven en ze zijn ook niet doorgegeven. Daarom geven de archeologen deze mensen namen. Vaak zijn ze genoemd naar het aardewerk dat ze maakten of naar de plaats waar voor het eerst vondsten uit die periode zijn gedaan. Zo kennen we een Klokbekercultuur en een Hilversumcultuur. Maar er is ook: de Enkelgrafcultuur, die bestond tussen ongeveer 2900 en 2500 voor Christus. Die merkwaardige naam is afgeleid uit het Duits: de Einzelgrabkultur. Daarmee wordt aangegeven dat de doden in hun eentje in hun graf werden gelegd. Voor ons is dat vrij normaal. Maar de voorgangers van de Enkelgrafcultuur, de mensen die de hunebedden bouwden, lagen (soms) samen in één graf – het hunebed. Vandaar: de Enkelgrafcultuur. Erg mooi is die naam niet, en om het nog ingewikkelder te maken wordt hij niet afgekort als EGC, maar als EGK. We zullen het ermee moeten doen!

Bekers en hamers en grafheuvels

Met een ‘cultuur’ bedoelen de archeologen een groep mensen die er dezelfde gewoonten en voorwerpen op nahielden. Zo gebruikten de mensen van de Enkelgrafcultuur dezelfde hoge, slanke bekers van aardewerk. Die waren op verschillende manieren versierd: met indrukken van touw of met visgraatmotieven. Ze hadden ook sierlijke bijlen van steen. Ze worden hamerbijlen of strijdhamers genoemd, al zijn ze niet als hamer gebruikt en misschien ook niet om mee te vechten. Ten slotte waren er de grafheuvels, die over het graf van de doden waren opgericht van zand of aarde.  Aan deze gewoonten hadden de mensen van de Enkelgrafcultuur vroeger hun naam te danken: ze stonden bekend als de `Standvoetbekercultuur’, de `Strijdhamercultuur’ of de `koepelgrafbouwers’. Die namen worden niet meer gebruikt, maar in oudere boeken staan ze nog wel.

Speciale begrafenis

Lang niet iedereen kreeg in de Enkelgraftijd een eigen grafheuvel. Misschien was dat maar één op de honderd mensen, en dan (waarschijnlijk) alleen mannen die een speciale positie hadden. Als ze dood waren, werd er een graf voor ze gegraven. Daar werden ze, meestal op hun rechterzij, in gelegd, met opgetrokken knieën en hun gezicht naar het westen De Schaecker was een uitzondering: die lag op zijn linkerzij en met zijn gezicht naar het noorden. Ze kregen bepaalde voorwerpen mee, in verschillende combinaties, maar steeds dezelfde: een beker, een hamerbijl, een gewone bijl, een vuurstenen dolk, een vuurstenen mesje en pijlpunten. In die bekers, zo denken de archeologen, zal wel een (misschien alcoholische) drank hebben gezeten.

Voorbeeld van typische bijgaven uit een Enkelgraf, opgegraven int Renkum: een beker, een hamerbijl, een bijl en een vuurstenen mes

In het graf van Twello lagen een beker, een bijl en een vuurstenen mesje. Over het graf werd de grafheuvel opgeworpen. Veel van die `enkelgrafheuvels’ werden later, soms eeuwen later, opnieuw gebruikt om er doden in bij te zetten. Zoals gezegd, kreeg niet iedereen een heuvel. Van de meeste mensen werd het graf gewoon afgedekt. Die graven zijn natuurlijk een stuk moeilijker te vinden. De skeletten zijn meestal niet bewaard gebleven. Wel vinden de opgravers vaak de verkleuring van het vergane lichaam; het lijksilhouet, zoals in het graf van Twello.

Voorbeeld van een grafheuvel

Wie waren die mensen?

Vroeger werd wel gedacht dat de Enkelgrafmensen een agressief volkje waren, die met hun strijdhamers uit Oost-Europa waren komen aanzetten en hier vee kwamen hoeden. Dat idee is nu wel verlaten: ze waren gewoon de nakomelingen van de mensen die hier altijd al geleefd hadden. Maar de verschillende voorwerpen en gebruiken kwamen wel uit het oosten, en omstreeks 2900 voor Christus hebben bijna alle inwoners van Nederland die vrij snel overgenomen. Waarschijnlijk hoorden daar ook bepaalde ideeën bij, maar daar kunnen we alleen maar naar raden.

De archeologen denken dat de mensen in de tijd van de Enkelgrafcultuur meer land geschikt maakten voor de landbouw en meer gebruikmaakten van wagens. De oudste wielen van Nederland dateren uit die tijd: het zijn grote, houten schijven.

Over hun huizen weten we weinig. Op de Nederlandse zandgronden zijn wel graven uit die tijd gevonden, maar geen nederzettingen. In Noord-Holland is het andersom; daar zijn geen grafheuvels uit die tijd, maar wel sporen van nederzettingen. Daar leefden de mensen anders dan in het oosten en zuiden; ze woonden dicht bij de kust en deden nog veel aan jacht en visvangst. Maar ze gebruikten allemaal dezelfde slanke bekers! Omstreeks 2500 zijn de vormen van die bekers zo veranderd en komen er zoveel andere voorwerpen bij, dat de archeologen niet meer spreken van de Enkelgrafcultuur. Het begrafenisritueel bleef wel min of meer hetzelfde. De Enkelgrafcultuur staat tegenwoordig volop in de belangstelling, en dat geldt zeker voor het graf van Twello.

Stuur door

Stuur dit artikel door

stuurartikeldoor

Data