Natte heideontginningen

Veel natte heideontginningen zijn kleinere, geïsoleerde gebieden meestal gelegen tussen de lager gelegen beekdalen en hoger gelegen bouwlanden en dekzandruggen. Deze gebieden waren door kwel en afstromend water erg nat. Bovendien waren de zandgronden erg voedselarm. Lange tijd bleven deze gebieden onontgonnen en onbewoonbaar. Verschillende factoren maakten het
mogelijk de heidegebieden rond 1900 te ontginnen. Belangrijk waren de ontdekking van kunstmest, de komst van goedkope wol uit Australië (waarmee het nut van de heidevelden voor de schapenhouderij verviel) en de verbetering van de ontwatering van de natte heidevelden. Men ging rationeel te werk. Dit is te zien aan de rechte lijnen: zo veel mogelijk rechte wegen en rechte percelen

Gemeentedemo afbeelding


Huidig landschapsbeeld

Sommige van de natte heideontginningen zijn maar klein en toch goed herkenbaar aan het ontginningspatroon. Langs veel wegen staan inmiddels verspreide (agrarische) bebouwing waardoor het gebied geleidelijk aan zijn kenmerkende openheid heeft verloren. Berken langs de wegen zijn karakteristiek voor deze vochtige gronden. Het Appensche en Gietelse Veld is een bijzonder voorbeeld van natte heideontginning. Op het Appensche Veld is in de 19e eeuw productiebos aangeplant bij landgoed de Poll. Het Gietelse Veld heeft een afwijkend, eigen ontginningspatroon. Hier is geen sprake van haakse patronen, maar van diagonale lijnen en ruitvormige percelen tussen de wegen.

Woont u in de natte heideontginningen of bent u gebiedsbeheerder en bent u geïnteresseerd in de streekeigen beplanting en de specifieke gebiedskenmerken van dit gebied. Download dan onderaan deze pagina de brochure. Deze geeft tips over het gebruik van de juiste planten en bomen in dit landschap.

Contact

Voor meer informatie of advies kunt u contact opnemen met de heer B. Roeterd, telefoon (0571) 279 378 of e-mail b.roeterd@voorst.nl

Stuur door

Stuur dit artikel door

stuurartikeldoor

Data