Wilt u een gokautomaat in uw horecabedrijf plaatsen? Vraag dan een aanwezigheidsvergunning aan bij de gemeente.

Beschrijving

U moet een vergunning aanvragen wanneer u een kansspelautomaat, zoals een fruitautomaat, wilt plaatsen. Deze vergunning heet een aanwezigheidsvergunning.
Voor een behendigheidsautomaat, zoals een flipperkast, is geen vergunning nodig.

De gemeente maakt een verschil tussen 'hoogdrempelige' en 'laagdrempelige’ inrichtingen.

  • Hoogdrempelige inrichtingen zijn bijvoorbeeld cafés, bars en nachtclubs. Deze bedrijven mogen twee speelautomaten hebben, zowel kansspel- als  behendigheidsautomaten.
  • Laagdrempelige inrichtingen zijn bijvoorbeeld snackbars, kantines en restaurants. Deze bedrijven mogen twee behendigheidsautomaten hebben (dus geen kansspelautomaten).

De voorwaarden voor een aanwezigheidsvergunning zijn onder andere:

  • U heeft een alcoholvergunning (vroeger heette dit een drank- en horecavergunning).
  • U heeft beleid dat gokverslaving voorkomt.
  • De eigenaar van de speelautomaat heeft een exploitatievergunning van de Kansspelautoriteit.
  • De Kansspelautoriteit heeft de speelautomaat goedgekeurd. Dit kunt u zien aan het merkteken: een sticker van de Kansspelautoriteit op de automaat.

U vraagt de aanwezigheidsvergunning aan bij de gemeente. Hierij geeft u de volgende gegevens door:

  • aantal automaten;
  • type automaat;
  • serienummer;
  • uw naam;
  • inrichting waar u de automaat (automaten) wilt plaatsen

Voor vragen kunt u contact opnemen met Jacqueline Koopman, juridisch beleidsadviseur openbare orde en veiligheid. Telefoon (0571) 27 93 27 of e-mail j.koopman@voorst.nl. Zij is bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag.

De gemeente beslist binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag. Deze termijn mag de gemeente eenmaal verlengen.

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De gemeente vraagt alleen om gegevens die nodig zijn voor het afhandelen van uw aanvraag of melding. De gemeente vraagt niet om andere gegevens.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag, melding of voor iets wat daar direct mee te maken heeft.
  • De gemeente bewaart uw persoonsgegevens niet langer dan nodig is.
  • De gemeente zorgt ervoor dat uw persoonsgegevens veilig zijn.
  • Alleen mensen die uw gegevens nodig hebben voor hun werk kunnen ze bekijken.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u:
    • welke gegevens de gemeente over u heeft
    • waarvoor deze gegevens nodig zijn
    • wat er met uw gegevens gebeurt.
  • Kloppen uw gegevens niet? Dan kunt u de gemeente vragen om ze te corrigeren.