Vincent is 37 jaar en trouwde in juni van dit jaar met zijn vriendin Karin. Ze kennen elkaar zo’n 3 à 4 jaar en wonen in Twello in een nieuwbouwwoning.
In december 2023 kwam Vincent thuis nadat hij bij een wedstrijd van Go Ahead Eagles was geweest. Hij plofte lekker neer op de bank en viel in slaap. Toen hij wakker werd, zag zijn vriendin dat hij onduidelijk praatte en zijn linkerbeen en -arm niet meer kon gebruiken. Ze belde 112 en hij werd naar Arnhem gebracht met de ambulance. Daar kreeg hij een scan en verschillende onderzoeken waaruit bleek dat hij een herseninfarct had gekregen.
Mijn wereld stond op z’n kop
“Ik besefte mij toen nog niet helemaal goed wat er aan de hand was. Van een druk baasje met veel activiteiten, kon ik ineens bijna niets meer. Ik kon niet meer goed praten, slikken, eten en drinken. Met mijn linkerbeen en -arm kon ik niets meer. Je weet niet goed wat er allemaal gebeurt en wat er aan de hand is. Ondertussen weet ik nog wel dat ik dacht: ‘Hoe moet dat nu met de bouw van ons nieuwe huis, dat net was opgeleverd?. Mijn wereld stond ineens totaal op zijn kop. Dat verwacht je niet als je midden 30 bent en volop in het leven staat.”
Hoe nu verder?
“De artsen legden mij wel goed uit dat ik een herseninfarct heb gehad. Ik heb twee weken in Deventer in het ziekenhuis gelegen. Ondertussen deden ze allerlei tests en begonnen ze met oefeningen. Daarmee hoopten ze de signalen vanuit de hersenen naar het lichaam weer op gang te krijgen. Althans voor zover dat mogelijk was. Er gingen van allerlei emoties en gedachtes door mij heen. Ik maakte mij vooral zorgen hoe moet het nu verder moest met mijn werk, met ons nieuwe huis, met mijn gezondheid en mijn leven. Ik had het gevoel dat ik iedereen in de steek had gelaten. Zeker Karin want we waren bezig om ons huis klaar te krijgen. Je leven verandert helemaal en ik heb ook echt donkere dagen gekend.”
Opnieuw leren
“Na het ziekenhuis ben ik zo’n 3 maanden bij revalidatiecentrum Klimmendaal in Apeldoorn geweest. Daar kreeg ik intensieve ondersteuning, fysiotherapie, ergotherapie en logopedie. Ik moest mezelf weer leren aankleden, eten, drinken en dergelijke. Gelukkig heb ik een fijne vriendin, inmiddels mijn vrouw, familie en een heel groot sociaal netwerk. Iedere dag kwamen er mensen op bezoek en dat heeft mij echt heel goed gedaan en de moed en kracht gegeven om door te gaan.”
Sociaal netwerk
“Op een gegeven moment mocht ik in de weekenden naar huis. Daar keek ik echt enorm naar uit, het was weer een volgende stap in mijn proces. Het was carnaval en daar was ik altijd fanatiek bij betrokken. Ik was vanaf mijn 16e jaar al vrijwilliger bij Pampus en later ook bestuursvoorzitter. Ik heb daar zoveel gedaan en geleerd. De groep vrienden van Pampus en de carnaval zijn een belangrijk onderdeel van mijn leven. Mijn familie, Karin en al mijn vrienden zijn altijd bij mij gebleven. Niemand heeft mij laten vallen en dat doet mij heel goed. Ook met mijn oude werkgever WPA Robertus zaadhandel heb ik nog steeds contact. Ik was daar filiaal coördinator maar na mijn herseninfarct was er helaas geen andere geschikte functie voor mij. Ik ga nog steeds iedere week op bezoek om de contacten te onderhouden. Naar Pampus ga ik ook iedere maandagavond voor de contacten en om bij wat dingen te helpen als dat kan.”
Accepteer hulp
“Mijn instelling is altijd geweest, dat ik graag mensen wil helpen. Nu heb ik zelf hulp nodig. Dat was wel lastig om te accepteren en om zelf ook die hulp te vragen. Maar het helpt mij enorm en ik merk dat andere mensen bereid zijn om je te helpen. Dan gaat het niet alleen om de alledaagse handelingen zoals aankleden, maar ook welke voorzieningen zijn er die mij kunnen helpen om zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven. Vanuit de WMO heb ik een aangepaste fiets kunnen krijgen. Ik heb zelf nu zelfs een aangepaste auto wat mij nog meer de vrijheid geeft om te gaan en staan waar ik wil. Het UWV heeft geholpen om een werkervaringsplek te krijgen bij de gemeente. Er zijn zeker klussen die ik kan doen. Het geeft mij ook de mogelijkheid om waar mogelijk aan het arbeidsproces deel te nemen en dat is voor mij belangrijk. Mijn fysieke toestand wordt niet beter dan dat het nu is, maar ik wil graag wat doen en helpen waar ik kan.”
Tips voor anderen
- Probeer een sociaal netwerk op te bouwen als je dat niet hebt. Je kunt bijvoorbeeld naar de NAH (niet aangeboren hersenletsel) middag gaan in Twello. Daar zijn mensen die hetzelfde mee hebben gemaakt en je kunt van elkaar leren en elkaar helpen. En Vriendendiensten heeft een inloop op de donderdagmiddag in Twello.
- Zorg dat je een daginvulling hebt. Of dat vrijwilligerswerk is, een werkervaringsplek, of een hobby-/praatclub, dat maakt niet uit. Maar ga niet bij de pakken neerzitten en vraag om hulp hierbij.
- Informeer bijvoorbeeld bij de gemeente of er mogelijkheden zijn zodat je zelfstandiger kunt worden. Maar ook als je behoefte hebt om met lotgenoten te praten dan kunnen zij je doorverwijzen.
- Kijk vooral naar wat er wel mogelijk is. Zet ze stap voor stap, dat geeft je kracht en moed om door te gaan.
En: neem je humor mee!
