Visie CMO Voorst

Voorst is een zorgzame gemeente, een gemeente waar de belangen van de kwetsbare groepen voorop staan in het organiseren van zorg en waar de burgers op hun beurt ook zorgzaam zijn naar elkaar. De toegang tot de zorg is helder en eenvoudig, benodigde regelingen zijn goed op elkaar afgestemd en, vooral ook, goed te begrijpen voor diegene die er mee in aanraking komen. Alle mensen doen mee, worden gestimuleerd door een open en transparante houding van de gemeente. 

Het werkveld wordt gezien als een driehoek: politiek – uitvoering – cliënten/CMO. Deze driehoek moet een organisch verband worden ten dienste van de burger die een beroep doet op de dienstverlening.

Wat zijn we

De Cliëntenraad Maatschappelijke Ondersteuning is een participatieraad. De CMO is een onafhankelijke adviesraad of adviesorgaan die binnen het Sociaal Domein (zorg, welzijn, werk en inkomen) gevraagd en ongevraagd advies geeft aan het College van Burgemeester & Wethouders. 

De leden van de raad zijn onafhankelijke inwoners van de gemeente Voorst. Zij hebben kennis van en interesse in de gebieden waarover de raad advies geeft, dan wel om advies wordt gevraagd. De leden doen dit als vrijwilliger.

Wat willen we

De CMO streeft er naar dat alle inwoners, ongeacht hun positie en/of beperking kunnen deelnemen aan de samenleving. De CMO werkt volkomen onafhankelijk van de gemeente. De CMO raad vormt een waardevolle schakel tussen alle geledingen van de samenleving. 

Doelgroepen - Beleidsvelden

De CMO spreekt de gemeente aan op verantwoordelijkheid om voorzieningen te treffen en de regie te voeren op het gehele gebied van het Sociaal Domein van Zorg, Welzijn, Werk en inkomen. Het gaat vooral over onderwerpen die samenhangen met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de Participatiewet (PW), de Jeugdwet (JW) Passend Onderwijs en het leerlingenvervoer. 

Samenwerking

De CMO kan optimaal functioneren wanneer zij (tijdig) geïnformeerd wordt over wat er speelt op alle levensterreinen in de samenleving van de gemeente. Zij onderhoudt daarom een netwerk van maatschappelijke organisaties

  • Cliëntenraden zorginstellingen en uitvoeringsinstellingen
  • Maatschappelijke organisaties waaronder de ouderenbonden, vrouwenorganisatie,  naastenhulp, mantelzorgorganisaties, Mens en Welzijn Voorst, de Zonnebloem
  • Jongerenwerk, jongerenorganisaties, sportorganisaties
  • Kerken
  • Lokale belangenorganisaties, (dorpsbelang)
  • Werkgevers
  • Maatschappelijk Netwerk Voorst

Daarnaast organiseert CMO expertmeetings en andere vormen van raadpleging tijdens haar bijeenkomsten om zo goede adviezen aan de gemeente te kunnen geven die direct voortkomen uit de samenleving. 

In het werkplan staan o.a. vermeld:

  • Mantelzorg
  • Armoedebeleid
  • Basismobiliteit w.o. leerling vervoer
  • Beleidsregels WMO, Participatie en Jeugdwet
  • Monitoring en rapportage door de gemeente
  • Klanttevredenheid

Overleg met de gemeente

De CMO gaat er vanuit dat de gemeente Voorst: 

  1. de doelen van maatschappelijke participatie zo goed mogelijk probeert te bereiken en dat zij de bestaande wet- en regelgeving op het terrein van maatschappelijke ondersteuning en werk- en inkomen optimaal benut om deze doelen te bereiken
  2. Die ondersteuning biedt om onze rol zo effectief mogelijk te vervullen door middel van periodiek maandelijks overleg inclusief tijdige agendering en het beschikbaar stellen van adequate informatie.

Bij dit overleg wordt de gemeente vertegenwoordigd door één of meerdere beleidsmedewerkers. Situationeel overleg en afstemming vindt ook geregeld plaats met de verantwoordelijk wethouder(s).

Beoordeling aspecten:

De CMO wordt in staat gesteld het beleid van de gemeente Voorst op de volgende aspecten te beoordelen: 

  1. Versterkt het beleid de “regie over het eigen leven”, inclusief de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner?
  2. Zorgt het beleid ervoor dat iedereen kan meedoen, ongeacht inkomen, ziekte, handicap en andere belemmeringen?
  3. Bevordert het beleid de gezondheid en terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen?
  4. Zorgt het beleid ervoor dat risicogroepen worden bereikt, zodat ze daadwerkelijk gebruik maken van de voorzieningen? Mede omdat kwetsbaren problemen hebben op meerdere leefgebieden, maar geen gebruik maken van voorzieningen.
  5. Worden de middelen i.c. het geld van de gemeente effectief en efficiënt ingezet?
  6. Wordt het probleem integraal en systematisch aangepakt?
  7. Wordt er gebruik gemaakt van preventie en vroeg signalering?
  8. Zijn de resultaten van het beleid meetbaar en controleerbaar (monitoring – rapportage)?
  9. Is de communicatie naar de burger voldoende?
  10. Voldoet het beleid aan het compensatiebeginsel en aan het principe van de kanteling?